De labrador retriever

Wanneer U van plan bent een labrador aan te schaffen, doet U er goed aan, U vooraf grondig te laten informeren door deskundige mensen. “Verzint vooraleer je begint” is zeker geen overbodige gedachte !  De labrador retriever staat bekent als een vriendelijke, plezierige, zelfs gemakkelijke hond.  Maar bedenk dat dit alleen geldt voor een labrador die uitstekend is opgevoed.  En opvoeden kost tijd en energie !  Een labrador opvoeden tot een aangename huishond neemt 1 tot 2 jaar in beslag.  Stel jezelf ook eens de vraag : waarom een labrador ?  “Voor de kinderen” is zeker geen goed uitgangspunt.  Kinderen worden groot en krijgen andere interesses.  Een gezonde labrador word gemiddeld 12-13 jaar oud.  U zal zelf bereid moeten zijn de verantwoordelijkheid op U te nemen. 

 

De labrador retriever is een zeer populaire hond en dus ruiken veel broodfokkers hun kans. Ten koste van het ras, de pup en de naiëve eigenaar word er met elke labrador willekeurig gefokt. Er word geen rekening gehouden met de gezondheid van de ouderdieren of met erfelijke aandoeningen zoals heupdysplasie of oogafwijkingen.  Gevolg : vaak ongezonde, niet gesocialiseerde en vaak angstige puppy’s.  Daarom deze gouden raad : Ga steeds te rade bij een erkende kennel en eis steeds een officiële stamboom van De  Raad van Beheer     

                   

                    De labrador retriever is van nature een jachthond met een enorme “will to please”. Bovendien vertoefd hij graag in het gezelschap van mensen, lange tijd alleen zijn is niets voor hem.  Bedenk dus dat U iedere dag de nodige tijd zult moeten vrij maken om in zijn behoefte te voorzien ( uitlaten, opvoeden, verzorgen, trainen,…) Als je het hierboven vermelde allemaal kan opbrengen, dan pas ben je klaar voor “jouw labrador” en kan je er van uit gaan dat je hond zal uitgroeien tot een aangename huisgenoot.

 
 
 
 
 
ALGEMENE RASKENMERKEN
Sterk gebouwd, kort in de lendenen, breed in de schedel, breed en diep in de borst en de ribben, breed en sterk in de lendenen en de achterhand.  Goed temperament, erg behendig.  Buitengewoon goede neus, zacht in de mond en uitgesproken liefhebber van water.  Korte, dichte weersbestendige vacht en een otterstaart. Een mooi gesneden hoofd met een duidelijke stop en een brede achterschedel, krachtige kaken en vriendelijke ogen die karakter, intelligentie en temperament uitstralen. 
Temperament & karakter
Intelligent, levendig met een sterke wil zijn baas te behagen (will to please).  Vriendelijk karakter met geen enkel spoor van agressie of ongepaste schuwheid. 
Hoofd
Het hoofd heeft een brede schedel met een duidelijke “stop”, scherp besneden zonder vlezige wangen. 
Ogen
De ogen zijn middelmatig groot met een intelligente, vriendelijke uitdrukking.  De kleur is donkerbruin bij zwarte en gele labradors en hazelnootkleurig bij chocolade-kleurige honden.  De oogranden zijn zwart bij zwarte en gele-, en bruin bij chocolade-kleurige labradors.  Oogranden zonder pigment zijn een diskwalificatie. 
Oren
Niet groot of zwaar, dicht tegen het hoofd aanliggend en vrij ver naar achteren geplaatst. 
Mond
Kaken en gebit sterk met een volmaakt, regelmatig en volledig scharend gebit.  D.w.z.
  dat de bovenste tanden net over de onderste heen vallen.  Bij volwassen honden is het gebit voorzien van 42 elementen : 12 snijtanden, 4 haaktanden, 16 premolaren en 10 molaren.  Een labrador moet “zacht in de mond” zijn. D.w.z. dat er geen druk mag uitgeoefend worden op het geapporteerde wild Staart
Kenmerkend voor het ras. Erg dik bij de aanzet en geleidelijk toelopend naar de punt. Van middelmatige lengte, vrij van bevedering, maar rondom dik bekleed met een korte, dikke en dichte vacht waardoor een ronde vorm ontstaat die wordt omschreven als “otterstaart”.  Mag vrolijk gedragen worden maar niet over de rug krullen.   
Lichaam
Borstkast van goede breedte en diepte, met goed gewelfde ton vormige ribben.  Horizontale bovenbelijning. Lendenen kort, breed en sterk.  De schofthoogte van een labradorreu bedraagt 55 – 58 cm, teven 54 – 56 cm. Het gewicht van een volwassen reu bedraagt 35 – 38 kg, teven 25 – 30 kg. 
Voorhand
Schouders lang en schuinliggend. Voorbenen krachtig in “bone”. 
Achterhand
Goed ontwikkeld, niet naar de staart aflopend, goed gehoekte knie. Laag geplaatste hakken. Koehakkig absoluut ongewenst. 
Hals
Droog, sterk, krachtig geplaatst op goed liggende schouders. 
Voeten
Rond en compact. Goed gebogen tenen en goed ontwikkelde voetzolen. 
 
Vacht
Kenmerkend voor het ras. Kort en dicht, zonder golven of bevedering.  Vrij hard aanvoelend met een waterbestendige ondervacht. 
Gangen / beweging
Vrij, voldoende bodem beslaand, recht en zuiver, zowel voor als achter. 
Kleur
Geheel zwart, geel of lever(chocolade)-kleurig. De gele kleur kan varieren van roomkleurig tot vosrood. Kleine witte vlek op de borst
 
 Reuen
Reuen moeten twee ogenschijnlijk normale testikels hebben, welke volledig in het scrotum zijn afgedaald.